De angst, en wat er echt gebeurt
Het is de meest gestelde vraag voor een herbouw, en meestal met een knoop in de maag erbij: “ik sta eindelijk goed in Google, raak ik dat kwijt met een nieuwe site?” De angst is terecht, want als het slordig gebeurt, kán het misgaan. Maar de oorzaak is bijna nooit wat mensen denken.
Je plek in Google hangt niet aan het uiterlijk van je site. Hij hangt aan drie dingen: je domeinnaam, de inhoud van je pagina’s en de adressen waarop die pagina’s staan, hun URL’s. Een nieuw ontwerp raakt daar niets van. Je kunt de hele site een frisse look geven en toch precies even vindbaar blijven, zolang die drie dingen op hun plaats blijven.
Wat posities wél kan kosten, is slordig omspringen met je adressen. Bij een herbouw verandert vaak de structuur: jouwzaak.be/diensten/schermherstel wordt bijvoorbeeld jouwzaak.be/reparaties/scherm. Het oude adres bestaat dan niet meer. Wie op een oude link klikt of via Google het oude adres aanroept, loopt tegen een foutmelding, en de waarde die dat adres had opgebouwd, verdampt. Tenzij je één ding doet: elk oud adres netjes doorverwijzen naar zijn opvolger. Dat is precies wat een 301-redirect doet.
Nog even dit rechtzetten: een positie in Google is nooit gegarandeerd, ook niet als je niets verandert. Je plek schommelt van week tot week, dat hoort erbij. Het punt van een goede verhuizing is niet dat je nul beweging ziet, maar dat de overstap zelf niets extra’s afknabbelt van wat je had.
Wat een 301-redirect precies doet
Een adres, of URL, is de plek waar één pagina woont. Verhuis je die pagina naar een nieuw adres, dan moet er iets achterblijven op het oude adres dat iedereen doorstuurt. Dat is een redirect. Het getal 301 ervoor is geen technisch trivia, het is net het cijfer dat je posities redt.
Wat verhuist er dan precies mee? Twee dingen die goud waard zijn. Ten eerste je posities zelf: Google begrijpt dat de nieuwe pagina de opvolger is en schrijft de opgebouwde relevantie over. Ten tweede de kracht van links van buitenaf: elke andere website die ooit naar je oude adres verwees, wordt via de 301 automatisch naar het nieuwe geleid, zodat die stem niet verloren gaat. Zonder redirect lopen beide dood, en begint dat adres bij Google weer bij nul.
Het redirectplan, stap voor stap
Een goede overstap verliest geen enkel adres onderweg. Dat lukt niet uit het hoofd, daarvoor bestaat een redirectplan: een lijst die elk oud adres aan zijn nieuwe bestemming koppelt, opgesteld vóór de omschakeling. Zo bouw je hem op:
- Maak een volledige lijst van je huidige adressen. Haal ze uit je sitemap (de lijst van al je pagina’s), uit Google Search Console (het gratis controlepaneel van Google, dat toont welke pagina’s het kent) en uit een volledige doorloop van de site. Sla niets over, ook oude blogartikels die nog bezoek trekken niet.
- Markeer welke pagina’s ertoe doen. Welke krijgen bezoek uit Google, welke leveren aanvragen op, welke hebben links van andere sites? Die dragen je vindbaarheid en mogen onder geen beding doodlopen.
- Koppel elk oud adres aan zijn nieuwe opvolger, één op één. De dienstenpagina naar de nieuwe dienstenpagina, het artikel naar het nieuwe artikel. Bestaat er echt geen opvolger, kies dan de pagina die inhoudelijk het dichtst aansluit, nooit zomaar de homepage.
- Zet de koppelingen klaar als 301-redirect en test ze vóór livegang. Elk oud adres moet in één sprong op de juiste nieuwe pagina landen, zonder tussenstops. Een omweg langs een tussenpagina vertraagt de boel, en maakt de keten al snel langer dan Google betrouwbaar volgt.
- Dien na livegang je nieuwe sitemap opnieuw in en kijk de eerste weken mee. In Search Console zie je meteen welke adressen doodlopen. Duikt er eentje op dat je vergat, vang het alsnog op.
Eén technische afspraak hoort er los bij: zorg dat je site maar op één adres bestaat. Kies www of niet-www, kies https, en laat alle andere varianten daarheen doorverwijzen. Bestaat dezelfde pagina op meerdere adressen tegelijk, dan verdeelt Google je kracht over versies die eigenlijk hetzelfde zijn.
Wat blijft, en wat even schommelt
Bij een vakkundige verhuizing blijft het meeste gewoon overeind. De dingen waar je vindbaarheid op rust, verhuizen mee of staan er sowieso los van:
- Je domein en zijn opgebouwde vertrouwen. Je domeinnaam verandert niet, en het vertrouwen dat Google er in de loop van de jaren aan koppelde, blijft eraan hangen.
- De links van buitenaf. Andere sites die naar je verwijzen, blijven werken: de 301 vangt ze op en leidt ze naar de juiste nieuwe pagina.
- Je inhoud en dus je relevantie. De teksten die je op bepaalde zoekopdrachten deden verschijnen, verhuizen mee naar de nieuwe pagina’s.
- Je Google Bedrijfsprofiel. Je plek op de kaart, je reviews en je openingsuren staan los van je website en merken van de hele operatie niets.
Wat wél even beweegt, zijn je posities in de eerste twee tot vier weken. Google moet de nieuwe adressen opnieuw bezoeken en de redirects verwerken, en in die periode kan je plek wat op en neer gaan. Dat is normaal en tijdelijk, geen teken dat er iets stuk is. De grootste fout in die fase is paniekvoetbal: van alles omgooien omdat je in week twee even zakt. Geef het rust. Binnen een maand of anderhalve maand hoort het beeld weer stabiel te zijn, en vaak beter dan voordien, omdat een nieuwe site doorgaans sneller laadt en vanzelf werkt op de gsm. Waarom die snelheid meetelt, staat in de gids over je laadsnelheid.
De goedkope valkuil: alles naar de homepage
Er is een valkuil die net iets gemener is dan gewoon de redirects vergeten, want ze ziet er op het eerste gezicht verzorgd uit. Een goedkope herbouwer die wél iets doet, maar het lui doet: hij stuurt élk oud adres door naar de homepage. Geen enkel adres loopt dood, dus op papier klopt het. In de praktijk is het bijna even schadelijk.
Twee varianten van diezelfde besparing zijn even sluipend. Het eerste: de nieuwe site blijft per ongeluk op “niet tonen in Google” staan, een stand die je tijdens het bouwen gebruikt en na livegang moet uitzetten. Vergeet iemand dat, dan verdwijn je compleet uit de zoekresultaten, hoe goed de redirects ook zijn. Het tweede: redirect-ketens, waarbij een oud adres via twee of drie tussenstops zijn nieuwe plek bereikt. Elke sprong kost tijd die je bezoeker staat te wachten, en een lange keten volgt Google niet betrouwbaar: na een stuk of vijf sprongen stopt hij, en dan raakt je nieuwe pagina bij Google niet eens bekend. Vraag dus niet alleen óf er redirects zijn, maar hoe ze gelegd zijn.
Wat je je bouwer vraagt
Je hoeft dit niet zelf te kunnen om het te kunnen eisen. Dit is de korte lijst die je vóór de omschakeling op tafel legt. Krijg je op elk punt een helder antwoord, dan weet je bouwer wat hij doet; moet hij bij de meeste punten passen, dan is de site nog niet klaar om over te schakelen.
- Een redirectplan op papier, vóór livegang. Een lijst met elk oud adres en zijn nieuwe bestemming, één op één ingevuld.
- De bevestiging dat het 301-redirects zijn. Permanent, niet tijdelijk (302), zodat je opgebouwde waarde daadwerkelijk mee verhuist.
- Geen ketens. Elk oud adres landt in één sprong op de juiste pagina, zonder tussenstops.
- Een aparte testomgeving. De nieuwe site staat klaar op een afgeschermde plek, zodat alles gecontroleerd is vóór er wordt omgeschakeld.
- Indexeren aan, sitemap opnieuw ingediend. De stand “niet tonen in Google” staat na livegang uit, en je nieuwe sitemap gaat opnieuw naar Search Console.
- Opvolging in de eerste weken. Iemand houdt de foutmeldingen in Search Console in het oog en vangt vergeten adressen alsnog op.
Nog dit, om verwarring te vermijden: deze gids gaat over hóé je veilig verhuist, niet over de vraag óf je site aan vervanging toe is. Twijfel je over dat laatste, dan helpt de gids over vernieuwen of opnieuw beginnen je eerst beslissen. Staat je besluit vast, dan is een redirectplan het enige wat tussen jou en een zorgeloze overstap staat.